2.7.6.3 Klachten

Als Verda bij de bedrijfsarts zit en deze na enig onderzoek meedeelt dat er somatisch gezien geen gekke dingen aan de hand zijn, wordt het haar plotseling allemaal te veel. Ze had gedacht opgelucht te zullen zijn dat er in ieder geval niets ernstigs aan de hand was, maar na een paar seconden staan de tranen in haar ogen. Ze valt zelfs uit, terwijl ze normaal altijd heel beleefd is jegens collega’s. “Goed? Hoezo goed? Het gaat helemaal niet goed!” Gelukkig begrijpt de bedrijfsdokter dat de boosheid niet tegen hem is gericht en herkent hij de onmacht in Verda’s stem. Hij beperkt zich tot een even korte als doeltreffende reactie: “Wat gaat er niet goed?”  En dan laat hij bewust een stilte vallen, Verda  daarmee de ruimte gevend. Verlegen lachend herpakt die zichzelf weer beetje bij beetje. “Ik…eh.. weet het niet. Natuurlijk ben ik blij dat er somatisch niks geks speelt, maar….. ik ben zo moe en….niks lukt meer. Ik kan helemaal niets meer….”.