2.7.6.4 Kennismaking

Na begroeting, plaatsnemen e.d.:

PSY:   Goed mevrouw Groen, ik weet eerlijk gezegd nog heel weinig van u. Ik weet dat u gynaecoloog bent en dat zich een incident in uw werk heeft voorgedaan dat u nogal heeft geraakt. Ik heb van de bedrijfsarts begrepen dat er problemen zijn, waarvan hij vond dat het goed was om daar eens met mij over te praten. Klopt dat?

DG:     Ja, dat klopt . Ik  ben nooit bij een psycholoog geweest dus ik weet het niet, maar de bedrijfsdokter vond het inderdaad verstandig om maar eens met u te praten.... ja.....

PSY:   Nou, misschien is het goed om zo eerst maar eens te kijken wat er zo allemaal gebeurd is rond hat betreffende incident en in de periode daarna. Dan zien we wel waar precies de problemen zitten. Op voorhand kan ik uiteraard nog niet zeggen of ik u iets te bieden heb. Dat is uiteraard afhankelijk van wat er aan de hand is, dat weet ik nu nog niet. Een ding kan ik al wel vast op voorhand zeggen. Als ik denk dat ik u niets te bieden heb, dan zal ik u dat straks eerlijk zeggen. Ook als ik denk dat u ergens anders beter af bent, dan hoort u dat onmiddellijk. Als ik u wel iets te bieden heb zal ik u dat ook vertellen, alleen u hoeft daar niet meteen ja of nee op te zeggen. Als ik denk u te kunnen helpen, dan zal ik u daar straks wat meer over vertellen, maar u moet daar dan vooral eerst maar eens rustig over nadenken wat e.e.a. voor u gaat betekenen en of u dat wel wil. Akkoord?

DG:     Ja…eh…dat is goed.

PSY:   Had u nog vragen vooraf wellicht?

DG:     Nee, ik zie het wel....

PSY:   Mooi... mijn eerste vraag is of u mij kunt vertellen wat er precies gebeurd is bij dat incident, hoe ging dat in zijn werk?