1. Uitgangspunten

Uitgangspunten zijn theoretische aannames en vooronderstellingen die men hanteert om methodisch werken praktisch vorm te geven.

Hoe doe ik dat?

  1. U beseft dat er in de wetenschappen en daarop gebaseerde disciplines altijd sprake is van doelen en intenties inzake methodisch tewerk gaan. U bestudeert de methodologische belangen
  2. U weet dat u altijd binnen een bepaalde setting of situatie met specifieke kenmerken te maken heeft. U kent de context
  3. U beseft dat u altijd binnen of vanuit een sociale omgeving te werk gaat. U maakt deel uit van een bepaalde cultuur
  4. U weet dat u gebonden bent aan grenzen, u werkt binnen een of meer kaders
  5. U weet dat u altijd handelt vanuit een bepaalde rol of positie
  6. U weet dat er ook altijd sprake is van succescriteria
  7. U realiseert zich dat er altijd sprake is van gelijktijdige en wederzijdse beinvloeding. U gaat uit van wederkerigheid
  8. U weet dat er altijd sprake is van interactiviteit
  9. U beseft dat er ook harde eisen zijn, de methodologische randvoorwaarden.

Meer weten? Zie Inleiding methodenleer

Nog meer weten? Zie ELO-Denkhulp: Metacompetentie uitgangspunten