3. Levensloop

De levensloop van de methodoloog en diens wijze van methodisch handelen beïnvloeden elkaar doorlopend en wederzijds zodat men hun interactie het best in een overkoepelend verband kan plaatsen.

                                   

Hoe doe ik dat?

  1. U beseft dat de wijze van methodisch handelen en vooral de taal en de cultuur die u zich in uw jeugd heeft eigen gemaakt mede bepalend zijn voor uw huidige referentiekaders
  2. U verdiept zich in de algemene leeftijds- of levensfasen
  3. U bent bekend met de ontwikkeling van (uw) persoonlijke waarden
  4. U verdiept zich in het begrip cognitief-emotionele ontwikkeling
  5. U kent (uw) morele ontwikkeling
  6. U verdiept zich bij ingrijpende vraagstukken in de pedagogiek of gerontologie
  7. U bent bekend met enkele kernbegrippen uit de ontwikkelingspsychologie (zie ELO-Psychologie: Ontwikkelingsleer).

Meer weten? Zie Inleiding Methodenleer

Nog meer weten? Zie ELO-Denkhulp: Levensloop