2.1.2.1 Opdekken

Om zowel het informatieve- als sociale proces te laten verlopen dient men de DT op een bepaalde manier in te richten. Dat geldt in functionele zin, het benoemen en labelen van stakeholders en rollen in termen van opdrachtgevers, deelnemers en moderatoren en in fysiek-logistieke zin. 

Hoe doe ik dat?

  1. U verdiept zich in de aard van de sessie, of deze klein of -grootschalig, besloten of publiek toegankelijk is (mise en place). U kiest een bijpassende setting
  2. U stelt de bedoeling van de sessie vast en kiest voor bijpassende opdek (tafellakens) in de vorm van start- en vervolgframes
  3. U kiest voorwerpen waarmee u aan het werk gaat (bestek). U inventariseerst vooraf bij de deelnemers steekwoorden of beelden en maakt die oproepbaar
  4. U bepaalt hoe u de deelnemers het best kunt placeren (de tafelschikking). U positioneert.

Meer weten? Zie Stappenplan DTM