3.2.1.3 Praktische ondersteuning CP

Het is mogelijk om de cognitieve belasting (vooral van het werkgeheugen) te verminderen
 
Hoe doe ik dat?  
  1. U visualiseert alle relevante inhoudelijke argumenten, de bouwstenen in het cognitieve verwerkingsproces zodat deze niet in het werkgeheugen hoeven te worden vastgehouden
  2. U clustert de wirwar aan (deel)argumenten tot zichtbare gehelen en elimineert overbodige elementen. Op deze wijze ontstaat niet alleen heldere analyse van het probleem, maar ook een overzichtelijke en gezamenlijke taxonomie van de argumenten om het op te lossen. Dit voorkomt dat men bij complexe mentale puzzels verdrinkt in informatie (Thomas & Lleras, 2009)
  3. U visualiseert de impliciete proces-taken m.b.v. specifieke visuele werkframes die de denkroutines van de verschillende toepassingen ondersteunen. Bekende werkframes zijn vaak acroniemen, zoals het SMART- of AMORE-schema
  4. U maakt het doorgaans impliciete proces van ontleden (analyse) en samenvoegen (synthese) van de verschillende cognitieve elementen zichtbaar en daarmee bespreekbaar. Dit ondersteunt het twee- en drieslagleren dat nodig is om complexe vragen  te beantwoorden
  5. U laat ter plekke cognitieve meta-schema’s ontstaan. Er is dan sprake van ervaringsleren waarin het denken over het eigen denken inzichtelijk wordt gemaakt voor zichzelf en anderen. Men krijgt daardoor greep op ingesleten denkroutines, op het eigen snelle denken (Kahneman). 
  6. U maakt vooral de impliciete taxonomie van argumenten en denkroutines inzichtelijk en bespreekbaar. Dit vermindert de individuele cognitieve belasting en maakt onbewuste schema’s inzichtelijk. Hierdoor ontstaat ruimte om het denken collectief op een hoger plan te brengen.

 Meer weten? Cognitieve psychologie