1.2 Diagnostiek

Diagnostiek is het benoemen van een probleem in termen van een herkenbaar geheel van klachten of symptomen, het probleem zelf (de diagnose), onderliggende verklaringen en het te verwachten beloop (prognose). De anamnese is vaak de eerste opstap naar de diagnose. Er zijn verschillende soorten diagnoses die alle, samen met andere relevante kennis de basis vormen waarop het oplossingsproces plaatsvindt.

Hoe doe ik dat?

  1. U maakt een differentiële diagnose; er vindt een eerste schifting plaats van mogelijke oorzaken, op grond waarvan vervolgens een meer verfijnd zoekproces begint. Een veelgebruikte vorm hiervoor is de klachtgerichte anamnese
  2. U brengt hiërarchie aan in de differentiële diagnose; als sprake is van een relatief groot aantal mogelijke verklaringen, is het handig om op basis van waarschijnlijkheid een rangorde aan te brengen om het verfijnde zoekproces mee te ordenen. Twee criteria spelen hierbij een hoofdrol: waarschijnlijkheid en implicaties.
  3. U stelt DE diagnose; op basis van anamnese, direct onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek wordt vastgesteld wat de verklaring is voor het probleem
  4. U legt uw afgewogen en samenvattende eindoordeel vast (doorgaans in een brief, notitie of epicrise).