1.3 Indicatiestelling

Indicatiestelling is het bepalen wat er (verder) moet gebeuren nadat het probleem in kaart is gebracht en (eerste) diagnostiek heeft plaatsgevonden.  

Hoe doe ik dat? 

  1. U formuleert (voor uzelf) wat er verder moet gebeuren
  2. Indien aanwezig, gaat u na of u alle vragen op de indicatiechecklist positief kunt beantwoorden.
    2a. Indien alle vragen met ja beantwoord, stelt u aan de hand van een aantal vaste gegevens uit de (gestandaardiseerde) anamnese de indicatie voor: aanvullende diagnostiek, probleemaanpak of verwijzing. Bij het beoordelen van de indicaties, worden (relatieve) contra-indicaties meegewogen.
    2b. Indien niet alle vragen met ja beantwoord, dient u uw diagnostiek te herzien en/of uw indicatiestelling te heroverwegen.