1.1.6 Diverse zoekstrategieen

Het gebruik van diverse zoekstrategieen is nodig als men op basis van dezelfde data tot verschillende conclusies of diagnosen kan komen.

Hoe doe ik dat?

  1. U werkt van grof naar fijn
  2. U weet 'indien A (en B; gegeven C en D) dan is sprake van X. U focust op patroonherkenning
  3. U weet dat een bepaalde diagnoses soms voor de hand ligt. U zoekt dan slechts naar bevestiging
  4. U gebruikt van algoritmes of beslisbomen
  5. U maakt zo nodig uw eigen beslisboom door de meest waarschijnlijke diagnose in de vorm van een hypothese te formuleren. Vervolgens tracht u deze hypothese afdoende te onderbouwen. Lukt dit niet dan vervolgt u met de volgende hypothese. U hanteert de sequentieel hypothesetoetsende methode.

Meer weten? Zie APM-toelichting