1.1.3 Klinisch-diagnostisch redeneren

Het proces van klinisch-diagnostisch redeneren is alsvolgt opgebouwd: 

  1. Verhaal van de hulpvrager
  2. Verwerven van (addtitonele) data
  3. Representatie van het probleem in voor de hulpverlener begrijpelijke termen
  4. Werkhypothese opstellen
  5. Passend probleemscript bepalen
  6. Diagnose als theorie van het probleem, als verklaring in termen van: oorzaak, gevolgen, mechanismen, ingrijpen. 

Meer weten? Zie Toelichting APM